
Wet militaire strafrechtspraak
Artikel 9
1
De militaire kamer van het gerechtshof houdt zitting en beslist met drie leden, van wie twee, onder wie de voorzitter, lid zijn van het gerechtshof en een, verder te noemen het militair lid, niet tot de rechterlijke macht behoort. Artikel 5, eerste lid, tweede en derde volzin, en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2
Wij benoemen op voordracht van Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, zoveel militaire leden bedoeld in het voorgaande lid als Wij dienstig oordelen.
3
Om te kunnen worden benoemd tot militair lid moet men militair zijn en voldoen aan de eisen omschreven in artikel 64 van de Wet op de rechterlijke organisatie, alsmede tenminste de rang van kapitein ter zee of kolonel bekleden en niet behoren tot het wapen der Koninklijke marechaussee.
4
Militairen met de rang van kapitein ter zee of kolonel worden als militair lid bevorderd tot de titulaire rang van commandeur, brigade-generaal of commodore.
5
Artikel 6, derde, vierde, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.